refractieafwijkingen

Vergelijk het oog met een fotocamera. Als de lens daarin niet juist staat ingesteld, wordt er geen scherp beeld op de film geprojecteerd. Voor het oog geldt dat het hoornvlies en de lens de binnenkomende lichtstralen scherp projecteren op het netvlies. Dat gebeurt niet als het hoornvlies niet de juiste kromming of de lens niet de optimale bolling heeft. Er is dan sprake van een refractieafwijking (een plus- of een minwaarde). Onscherp zien is het gevolg. Er zijn verschillende vormen van deze afwijking.

bijziendheid (myopie)

Een bijziende heeft een minwaarde en ziet dichtbij scherp en veraf wazig. De lichtstralen komen in een brandpunt vóór het netvlies samen. Een bril, contactlenzen of laserbehandeling verplaatsen het samenkomstpunt van de lichtstralen naar achteren.

verziendheid (hypermetropie)

Een verziende heeft een pluswaarde en ziet doorgaans dichtbij wazig en wat minder scherp in de verte. De lichtstralen komen in een brandpunt achter het netvlies samen. Een bril, contactlenzen of laserbehandeling verplaatsen het samenkomstpunt van de lichtstralen naar voren.

cilinderafwijking (astigmatisme)

Sommige mensen hebben (ook) een cilinderafwijking. Hierbij breekt het hoornvlies het licht niet in alle richtingen hetzelfde. Hierdoor ziet men constant (van nabij en veraf) onscherp. Een bril, contactlenzen of laserbehandeling corrigeren deze afwijkende, gebroken lichtstralen.

ouderdomsverziendheid (presbyopie)

Een leesbril is, ook voor gezonde ogen, vanaf ongeveer het 45ste levensjaar noodzakelijk voor een scherp beeld van nabij. Dit heeft te maken met het verouderen van de inwendige ooglens. Die wordt steeds stugger en het vermogen om scherp te stellen, neemt dan af. Een laserbehandeling biedt geen oplossing voor deze afwijking.

Copyright © 2007 Ooglasergids